Het beleid van staatsecretaris Van Dam op losse schroeven? De Regeling Fosfaatreductieplan nu al van de baan althans voor sommige melkveehouders

In de agrarische sector ligt het beleid van staatsecretaris Van Dam al langer onder vuur en op 4 mei 2017 heeft ook de voorzieningenrechter in Den Haag een streep gehaald door de Regeling Fosfaatreductieplan, althans voor een bepaalde groep melkveehouders. Die ‘bepaalde groep’ bestaat uit melkveehouders die op 2 juli 2015 al investeringen hadden gedaan ten behoeve van de uitbreiding van hun bedrijf.

Ter opfrissing van het geheugen:

Vanaf 1984 gold er een systeem van koemelkquotering. Dit stelsel voorzag in een beperkte althans een gereguleerde melkproductie, waardoor tevens de mestproductie van melkvee werd beperkt ofwel gereguleerd. Als gevolg van Europees beleid is het melkquotum per 1 april 2015 afgeschaft.

Omdat het fosfaatproductieplafond voor wat betreft de melkveesector in 2014 werd overschreden, heeft het kabinet het noodzakelijk geacht om maatregelen te treffen teneinde de mestproductie te kunnen beheersen. Hiertoe is het wetsvoorstel ‘verantwoorde groei melkveehouderij’ ingediend. Dit voorstel beoogde de groei mogelijk te maken voor melkveebedrijven die voldoende grond hadden om de extra fosfaatproductie als gevolg van die uitbreiding in het geheel te kunnen verwerken. De wet verantwoorde groei is per 1 januari 2015 in werking getreden door middel van een wijziging van de Meststoffenwet.

Zowel in 2015 als in 2016 is het totale fosfaatproductieplafond overschreden, zodat het kabinet het opnieuw noodzakelijk heeft geacht aanvullende productiebeperkende maatregelen te treffen. Middels een brief aan de Tweede Kamer van 2 juli 2015 heeft het kabinet dan ook het wetsvoorstel Fosfaatrechten aangekondigd. Het wetsvoorstel hield in dat melkveebedrijven vanaf 1 januari 2017 alleen fosfaat mogen produceren oftewel melkvee mogen houden indien zij over voldoende fosfaatrechten beschikken. Met de invoering van de fosfaatrechten hebben de melkveebedrijven een hoeveelheid fosfaatrechten toegekend gekregen aan de hand van het aantal stuks melkvee dat zij op de peildatum 2 juli 2015 op hun bedrijf hadden. Aangezien de hoeveelheid toegekende fosfaatrechten evenwel zal leiden tot een overschrijding van het fosfaatproductieplafond, worden de rechten ‘afgeroomd’ aan de hand van een nader vast te stellen percentage, zodat het plafond niet wordt overschreden.

Het fosfaatrechtenstelsel, zoals voorgesteld bij voornoemde brief van 2 juli 2015, bood een (gedeeltelijke) compensatieregeling voor beperkt aantal knelgevallen. Met deze knelgevallen werden volgens staatsecretaris Van Dam die melkveehouders bedoeld die bijvoorbeeld als gevolg van ziekte van de melkveehouder of als gevolg van een dierziekte aantoonbaar minder melkvee hielden op de peildatum. Tot de knelgevallen behoorden ook recent gestarte bedrijven, die op de peildatum aantoonbaar onomkeerbare financieringsverplichtingen zijn aangegaan ofwel waarbij het vee op de peildatum hoofdzakelijk bestond uit jongvee dat uiteindelijk bedoeld is voor de melkproductie op het bedrijf.

De Raad van State – die adviezen uitbrengt over voorgestelde wetten – adviseerde het kabinet om de knelgevallenregeling aan te passen, althans tevens rekening te houden met melkveebedrijven, die in de reguliere bedrijfsvoering vóór de peildatum aantoonbare (vervangings-)investeringen hebben gedaan om bijvoorbeeld stallen te renoveren, waardoor die stallen op 2 juli 2015 nog niet of minder bezet waren door melkvee. Het wetsvoorstel hield geen rekening met deze situatie en de Raad van State voorzag dat dit in de toekomst tot gerechtelijke procedures zou kunnen leiden en oordeelde dat in dergelijke concrete gevallen er mogelijk geen sprake is van een “fair balance”.

Het advies van de Raad van State wordt desondanks niet opgevolgd. Volgens het kabinet zou het leiden tot een kwetsbare afbakening van de knelgevallen terwijl vanwege het grote financiële belang voor melkveehouders om het maximale aantal fosfaatrechten toegekend te krijgen een scherpe afbakening van de knelgevallen noodzakelijk is om misbruik daarvan te voorkomen.

Vooralsnog leek er dus per 1 januari 2017 duidelijkheid te komen middels de Wet Fosfaatrechten tot dat de Europese Commissie zich eind 2016 op het standpunt stelde dat het beoogde stelsel van fosfaatrechten in feite neerkomt op staatsteun. De Europese Commissie achtte het niet aanvaardbaar dat Nederland het derogatieplafond herstelt door middel van staatsteun, zodat het kabinet heeft besloten het fosfaatrechtenstelsel uit te stellen tot in ieder geval 1 januari 2018.

Teneinde de fosfaatproductie in 2017 toch terug te dringen, werd het fosfaatreductieplan opgesteld, waarvan de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 onderdeel uitmaakt. De Regeling bepaalt, kort gezegd, dat melkveehouders het aantal melkveekoeien op hun bedrijf vermindert tot het aantal dat zij hadden op de peildatum 2 juli 2015. Is dit voor de melkveehouder niet mogelijk dan is hij een heffing (solidariteits-geldsom) verschuldigd. De Regeling kent een identieke regeling voor wat betreft de knelgevallen zoals expliciet genoemd in het Wetsvoorstel Fosfaatrechten.

Een aantal melkveehouders is vervolgens naar de rechter gestapt met de vordering de regeling voor hen buitenwerking te stellen.

De rechter oordeelde dat deze melkveehouders in hun bedrijven hebben geïnvesteerd op een manier die de Staat zelf voorstond en ook heeft gestimuleerd middels de Wet verantwoorde groei melkveebedrijven. De melkveehouders hebben met het oog op dat wettelijk kader geïnvesteerd in de groei van hun bedrijven. Op het moment dat staatsecretaris Van Dam het fosfaatrechtenstelsel introduceerde, waren er dan ook al onomkeerbare financiële verplichtingen aangegaan, die uitgingen van een groei van de bedrijven.

De rechter stelt vast dat op Nederland een verplichting rust om een tweetal maatregelen te treffen teneinde te voldoen aan de Europese derogatiebeschikking, namelijk (1) het handhaven van de productierechten voor varkens en pluimvee en (2) het zorgdragen voor mestverwerking. Het uitvaardigen van de Regeling Fosfaatrechten valt naar het oordeel van de rechter niet onder die maatregelen, zodat deze regeling voor betreffende melkveehouders niet voorzienbaar was. Daarbij is tevens van belang dat de Raad van State het advies heeft uitgebracht om gevallen als onderhavige onder de knelgevallenregeling te scharen, welk advies de staatsecretaris niet heeft opgevolgd. De Regeling Fosfaatreductieplan 2017 wordt dan ook ten aanzien van deze melkveehouders buiten werking gesteld.

De Staat kan nog in beroep tegen dit vonnis, maar het is de vraag of dit kansrijk zal zijn. Gelet op dit vonnis zal mogelijk ook de Wet Fosfaatrechten – die is uitgesteld tot 1 januari 2018 – althans de daarin opgenomen knelgevallenregeling moeten worden gewijzigd. Wordt dus vervolgd….

Behoort u tot de voornoemde groep melkveehouders of hebt u andere vragen over het fosfaatrechtenstelsel, neem dan vrijblijvend contact op met mr. Niels Uijttewaal of mr. Willeke van Ophuizen, advocaten bij Aspremont Advocaten.

Betreft rechtsgebied(en):
Advocaat agrarisch recht

« Terug naar het overzicht