Concurreren kun je (af)leren; over het concurrentiebeding in overeenkomsten

Gezonde concurrentie kan geen kwaad; het houdt de ondernemer scherp en stimuleert de innovatie.
Toch zijn ondernemers doorgaans niet blij met anderen die in dezelfde vijver vissen.
Om oneerlijke concurrentie tegen te gaan en de eigen onderneming enigszins te beschermen, kan een non-concurrentiebeding wellicht een oplossing daarvoor bieden. Hier leest u waar u op moet letten als het om een concurrentiebeding gaat.

Het concurrentiebeding komt veelal voor in de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Dit heeft tot gevolg dat de werknemer na het einde van het dienstverband geen concurrerende werkzaamheden, gedurende een bepaalde periode en binnen een bepaald gebied, mag verrichten; doorgaans op straffe van een geldboete. Enerzijds wil de werkgever hiermee voorkomen dat de werknemer zijn opgedane kennis en ervaring bij een (directe) concurrent gaat inzetten, anderzijds wordt de werknemer hierdoor belemmerd bij een overstap naar een andere baan en worden zijn carrière perspectieven tekort gedaan. Daarom staat in de wet een aantal eisen opgenomen waaraan een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst moet voldoen. Zo dient het beding schriftelijk te worden overeengekomen met een meerderjarige werknemer. Daarnaast mag het beding niet onredelijk benadelend zijn. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien een automonteur gedurende 5 jaar niet bij een andere garage binnen een straal van 100 kilometer mag werken.

In beginsel kan een concurrentiebeding alleen worden aangegaan bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Slechts wanneer de werkgever een schriftelijke motivering opneemt waaruit blijkt dat het concurrentiebeding vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen noodzakelijk is, kan deze worden overeengekomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Een concurrentiebeding kan ook buiten een arbeidsrelatie worden overeengekomen. Denk hierbij aan gemaakte samenwerkingsafspraken tussen aandeelhouders van een besloten vennootschap of vennoten van een vennootschap onder firma. Zij beschikken over de nodige (gevoelige) bedrijfsinformatie en het is dan ook niet wenselijk dat de aandeelhouder of de vennoot tijdens de samenwerking of na de beëindiging daarvan concurrerende activiteiten ontplooit voor zichzelf of een concurrent. Aangezien geen sprake is van een arbeidsrechtelijke relatie zijn aandeelhouders en vennoten in principe vrij om af te spreken wat zij willen en dus niet gebonden aan de regels van het arbeidsrecht die voor een non-concurrentiebeding gelden.  Bij een eventuele discussie toetst de rechter het concurrentiebeding naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid en zijn de omstandigheden van belang.

Hebt u vragen over een concurrentiebeding in uw overeenkomst of wilt u anderszins meer weten over contractuele afspraken? 

Mevrouw mr. C.A.C. Nagel, jurist bij Aspremont Advocaten, informeert u graag en nodigt u uit vrijblijvend een kop koffie te komen drinken.

Betreft rechtsgebied(en):
Advocaat contractenrecht
Advocaat ondernemingsrecht
Arbeidsrecht advocaat

Door:
Caro Nagel

« Terug naar het overzicht